Een heg vol leven
Tussen december en het vroege voorjaar is er veel gebeurd in Okkerheide, met name allerlei activiteiten om nog meer leven naar het voedselbos te brengen: de vijver werd vergroot om ruimte te creëren voor amfibieën en oeverplanten, we hebben een nieuw stukje grond in beheer genomen om een streekeigen bloemenweide in te zaaien en er is een inheemse gemengde heg geplant voor meer insecten.
Heggen speelden vroeger een belangrijke rol in het Nederlandse landschap en ze boden onderdak voor duizenden soorten insecten, vogels, zoogdieren en andere organismen. Juist in tijden van extreme afname van insecten kunnen zij hopelijk helpen het tij te keren. Om dat mogelijk te maken, is het belangrijk planten te kiezen waarop onze lokale insectenfauna is aangepast en dat zijn vooral soorten die hier al lang voorkomen. Om een idee te geven: een inheemse sleedoorn of hazelaar biedt voedsel voor meer dan 400 plantenetende insectensoorten en meer dan 50 bestuivers, en een zomereik zelfs tussen de 600 en 800. Als we dat vergelijken met de oude heg van zilverbessen aan de zuidkant van het voedselbos komen we daar uit op slechts 6 soorten en dat zijn bijna allemaal luizen (die trouwens weer voedsel kunnen bieden aan kevers en vogels).
Om zoveel mogelijk leven in het voedselbos te krijgen hebben we gekozen voor een combinatie van verschillende traditionele heggenplanten zoals meidoorn, sleedoorn, hondsroos, egelantier, gele kornoelje, wilde liguster, Spaanse aak, Gelderse roos en vuilboom, waarvan de laatste vrijwel de enige waardplant is van de citroenvlinder: zonder deze struik zouden de gele vlinders niet kunnen overleven in onze regio. Daarnaast biedt deze heg ook nog veel eetbare bessen en schuilmogelijkheden voor vogels en mensen. Met name de stekelachtige soorten beschermen jonge vogeltjes goed tegen loslopende katten.
Hoeveel soorten dieren kunnen we de komende jaren in de nieuwe heg verwachten? Als we onze soortenlijst invoeren in de website van bioloog Willem Ellis (www.bladmineerders.nl) en de vakliteratuur over bestuivers doorspitten komen we op ver boven de 1500 soorten – of die zich allemaal laten zien is de vraag, maar er valt zeker genoeg te ontdekken.
(Tekst: Johannes)


